1-1
Dat was de uitslag van de eerste match “Suriproffers”
(Eerste Nationale) die ik hier meemaakte. Het was de derde tegen de vijfde in
stand, dus dat beloofde een topper te worden! Maar wat een afknapper... Dat
voetbal de sport van het land is, was totaal niet te merken. Belgische club
“F.C. De Bruine Kroeg” had met forfaitcijfers van deze ploegen kunnen winnen.
Misschien ben ik wat hard, maar ik ben gewoon wat teleurgesteld dat ik geen
sambavoetbal zag (wat ik eigenlijk wel verwachtte). We zaten in een stadion
waarin vierduizend man kon plaatsnemen, maar er besloten maar enkele honderden
een zitje te bezetten. De uitleg die we van enkele Surinamers kregen was dat
het seizoen nog maar pas startte, dat alles nog moest beginnen draaien…
Op de terugweg van de voetbal zagen we een volksfeest, we
vroegen ons af welke bevolkingsgroep er nu aan het feesten was en besloten een
kijkje te gaan nemen. Tot onze (al dan
niet) grote verbazing zagen we dat het alweer een Hindoestaans feest was. Eén
van de verschillende community’s in
Suriname organiseerde dit. Oke, de Hindoestanen leven blijkbaar van feest tot
feest, maar het grootste “welkomsgevoel “ hebben we ook bij hun.
Op de stage werd de voorbije week gevuld met workshops rond
angrymanagement. Veel drop-outs kunnen bepaalde gevoelens niet plaatsen en
daarbij hielp deze workshop. Ik vond het een zeer goed initiatief en zeer bruikbaar, alleen
is hier opnieuw de snelheid van alles (of laat mij zeggen de traagheid) een
belangrijke rol. Hier worden dingen op dagen gezien, waar in België maar enkele
uren voor nodig zijn. Oke, je kan zeggen dat het hier een ontwikkelingsland is,
maar als iedereen er zijn schouders onderzet is dit hier zeker en vast ook
mogelijk. Maar dat laatste is het probleem, je merkt dat leerlingen en
leerkrachten laks met hun taak omgaan. Dit is zeker en vast geen verwijt of
frustratie dat ik hier kwijt wil, maar gewoon een vaststelling.
Deze week moest ik ook het oudercontact in goede banen
leiden op school. Ouders ontvangen, uurroosters bijhouden en bijwonen van een
tweetal gesprekken. Meer gesprekken bijwonen was ook niet mogelijk, er kwamen
maar vijf ouders van de vierentwintig ingetekenden opdagen. Maar één gesprek
blijft mij bij: een vader die op het platteland dagen van twaalf uur werkt, mocht
eventjes tijd vrij nemen om de vooruitgang van zijn dochter te aanhoren. Zij is
een drop-out van 21 die door armoede afstand moest nemen van school, hij een
vader met de tranen in zijn ogen omdat zijn dochter goed presteerde. Na de
opleiding is er een grote kans (85-95%) dat ze aan werk kan geraken. Dus TANA
helpt zeker en vast vooruit!
Van de acht studenten hier aanwezig hadden er zes een kind
bij, een verhouding van drie op vier, 75%. Dit is mogelijk ook de reden van het
hoge aantal drop-outs bij tienermoeders.
Verder gaat alles hier zeer goed met mij en ben ik nog
altijd gelukkig dat ik aan dit project kan deelnemen.
“Ala sani e
go bung!”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten