maandag 19 maart 2012


1-1

Dat was de uitslag van de eerste match “Suriproffers” (Eerste Nationale) die ik hier meemaakte. Het was de derde tegen de vijfde in stand, dus dat beloofde een topper te worden! Maar wat een afknapper... Dat voetbal de sport van het land is, was totaal niet te merken. Belgische club “F.C. De Bruine Kroeg” had met forfaitcijfers van deze ploegen kunnen winnen. Misschien ben ik wat hard, maar ik ben gewoon wat teleurgesteld dat ik geen sambavoetbal zag (wat ik eigenlijk wel verwachtte). We zaten in een stadion waarin vierduizend man kon plaatsnemen, maar er besloten maar enkele honderden een zitje te bezetten. De uitleg die we van enkele Surinamers kregen was dat het seizoen nog maar pas startte, dat alles nog moest beginnen draaien…

Op de terugweg van de voetbal zagen we een volksfeest, we vroegen ons af welke bevolkingsgroep er nu aan het feesten was en besloten een kijkje te gaan nemen.  Tot onze (al dan niet) grote verbazing zagen we dat het alweer een Hindoestaans feest was. Eén van de verschillende community’s  in Suriname organiseerde dit. Oke, de Hindoestanen leven blijkbaar van feest tot feest, maar het grootste “welkomsgevoel “ hebben we ook bij hun.


Op de stage werd de voorbije week gevuld met workshops rond angrymanagement. Veel drop-outs kunnen bepaalde gevoelens niet plaatsen en daarbij hielp deze workshop. Ik vond het  een zeer goed initiatief en zeer bruikbaar, alleen is hier opnieuw de snelheid van alles (of laat mij zeggen de traagheid) een belangrijke rol. Hier worden dingen op dagen gezien, waar in België maar enkele uren voor nodig zijn. Oke, je kan zeggen dat het hier een ontwikkelingsland is, maar als iedereen er zijn schouders onderzet is dit hier zeker en vast ook mogelijk. Maar dat laatste is het probleem, je merkt dat leerlingen en leerkrachten laks met hun taak omgaan. Dit is zeker en vast geen verwijt of frustratie dat ik hier kwijt wil, maar gewoon een vaststelling.

Deze week moest ik ook het oudercontact in goede banen leiden op school. Ouders ontvangen, uurroosters bijhouden en bijwonen van een tweetal gesprekken. Meer gesprekken bijwonen was ook niet mogelijk, er kwamen maar vijf ouders van de vierentwintig ingetekenden opdagen. Maar één gesprek blijft mij bij: een vader die op het platteland dagen van twaalf uur werkt, mocht eventjes tijd vrij nemen om de vooruitgang van zijn dochter te aanhoren. Zij is een drop-out van 21 die door armoede afstand moest nemen van school, hij een vader met de tranen in zijn ogen omdat zijn dochter goed presteerde. Na de opleiding is er een grote kans (85-95%) dat ze aan werk kan geraken. Dus TANA helpt zeker en vast vooruit!



Van de acht studenten hier aanwezig hadden er zes een kind bij, een verhouding van drie op vier, 75%. Dit is mogelijk ook de reden van het hoge aantal drop-outs bij tienermoeders.

Verder gaat alles hier zeer goed met mij en ben ik nog altijd gelukkig dat ik aan dit project kan deelnemen.

“Ala sani e go bung!”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten